sneeuwvlok

mannelijk/vrouwelijk (de)/'snewvlɔk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meteorologie (meteorologie) een kleine massa aaneengehechte sneeuwkristallen
    Er zijn een paar sneeuwvlokjes gevallen, maar er bleef niets liggen.
    Door een kier onder de deur kwamen er steeds sneeuwvlokken naar binnen gewaaid en ik voelde mijn slaapzak langzaam vochtig worden.

Vertalingen

Engelssnowflake
Fransflocon de neige
DuitsSchneeflocke
Spaanscopo de nieve
Poolspłatek śniegu