snelheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde (natuurkunde) verhouding tussen de afgelegde weg en de daarvoor gebruikte tijd bij verplaatsing van een voorwerp
    De snelheid van het voertuig was zo hoog dat de auto pas na 100 meter lang remmen tot stilstand kwam.
    De tocht hoort bij de langste tochten door poolvossen die ooit geregistreerd zijn. De topsnelheid van 155 kilometer per dag is volgens Fuglei de hoogste ooit gemeten. Het was vooral die hoge snelheid die de onderzoekers verbaasde. Tubantia Kees Graafland 02-07-19 [https://www.tubantia.nl/wetenschap/poolvos-doet-het-onmogelijke-loopt-in-recordtijd-van-noorwegen-naar-canada~a139aa4d/ Poolvos doet het onmogelijke: loopt in recordtijd van Noorwegen naar Canada]
  2. het tempo waarin men bepaalde handelingen verricht
    Hij zou een jaar of dertig kunnen zijn, dacht ik, maar de snelheid waarmee hij zijn hart luchtte, deed vermoeden dat hij jonger was.
    Hij zou een jaar of dertig kunnen zijn, dacht ik, maar de snelheid waarmee hij zijn hart luchtte, deed vermoeden dat hij jonger was.

Etymologie

* Afgeleid van snel

Uitdrukkingen

  • met (een) halsbrekende snelheiderg snel

Vertalingen

Engelsvelocity, speed
Fransvitesse
DuitsGeschwindigkeit, Affenzahn
Spaansvelocidad, rapidez
Russischскорость