snelweg
mannelijk (de)/ˈsnɛlwɛx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) een grote brede weg speciaal voor motorvoertuigenAls er op de snelweg geen file staat, halen we het wel.De Nationale 7 past in dit ideaal van slow driving. Je rijdt door plaatsen die je alleen kent van de borden boven de snelweg. Nevers, Lyon, Valence, Montélimar. Zo vind je jezelf terug op een warme zomeravond op een pleintje in de oude stad van Montélimar, bij restaurant Aux Gourmands, waar de ober vertelt dat de pistachenoten bij de tarte tatin afkomstig zijn van een lokale producent die maar twee bomen heeft.Dit gehucht bestond uit een Best Western Motel aan een snelweg met een benzinestation en een McDonald’s.
Vertalingen
Engelshighway
Fransautoroute
DuitsAutobahn
Spaansautopista
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek