snert

mannelijk/vrouwelijk (de)/snɛrt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) lobbige soep vervaardigd van erwten
    Na een paar uur op het ijs ging een kop snert met rookworst er wel in.
  2. pejoratief (pejoratief) waardeloos spul, iets onaantrekkelijks
  3. heel erg, vreselijk (in samenstellingen waarin het tweede deel al een negatieve strekking heeft)

Etymologie

*[2], [3] ontstaan uit de eerste betekenis, omdat erwtensoep als voedsel laag werd gewaardeerd, getuige bijvoorbeeld een klacht uit 1797 over het eten bij de marine "vandaag stokvis met snert en morgen snert met stokvis"[https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010706461:mpeg21:a0005 "Brief uit Rotterdam" in Goudasche Courant jrg. 7 nr. 10 (23 januari 1797)]; p. 2 kol. 1/2; geraadpleegd 2018-09-14