Snoek

mannelijk (de)/snuk/

Wat is de betekenis van Snoek?

Snoek betekent: (straalvinnigen) bepaald soort roofvis die in zoete wateren voorkomt,

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. straalvinnigen (straalvinnigen) bepaald soort roofvis die in zoete wateren voorkomt,
  2. een figuur uit de acrobatiek, nl. de positie van de bovenpersoon wanneer deze horizontaal op de handen van een staande of voeten van een liggende onderpersoon ligt. (bv. de hoge of de lage snoek)

Betekenis en uitleg van Snoek

Een snoek is een langwerpige, roofvis die vaak in zoetwatermeren en rivieren voorkomt. Deze vis staat bekend om zijn scherpe tanden en jachttechniek, waardoor hij een populaire vangst is voor hengelaars.

Het woord 'snoek' wordt vaak gebruikt in de context van vissen en watersport. In Nederland en België zijn snoeken geliefde doelwitten voor sportvissers, vooral vanwege hun grootte en de uitdaging die ze bieden. Daarnaast komt de snoek ook regelmatig voor in lokale gerechten, zoals snoekfilet, wat de vis ook culinaire relevantie geeft.

Voorbeelden

  • Tijdens onze vistrip vingen we een enorme snoek die bijna een meter lang was.
  • De chef-kok serveerde een heerlijke snoek met een romige saus en groenten.
  • In de winter zie je vaak vissers op het ijs met hun hengels, op zoek naar de grote snoek.

Woordoorsprong

Het woord 'snoek' stamt waarschijnlijk af van het Oudnederlands 'snoeck', wat verwant is aan het woord 'snijden', verwijzend naar de scherpe tanden van de vis.

Veelgestelde vragen over Snoek

Wat is de betekenis van Snoek?

Snoek betekent: (straalvinnigen) bepaald soort roofvis die in zoete wateren voorkomt,

Hoeveel betekenissen heeft Snoek?

Snoek heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft Snoek?

Snoek is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van Snoek?

Synoniemen van Snoek zijn: esox lucius.

Etymologie

*van Middelnederlands "snoec", in de betekenis van ‘beenvis’ voor het eerst aangetroffen in 1286

Vertalingen

Engelsnorthern pike
Fransbrochet
DuitsHecht
Spaanslucio
Italiaansluccio
Portugeeslúcio
Russischщука
Poolsszczupak
Zweedsgädda
Deensgedde