snok
mannelijk (de)
Wat is de betekenis van snok?
snok betekent: ruk
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ruk
- snik
- hik
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snokken
- gebiedende wijs van snokken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snokken
Voorbeelden van "snok" in een zin
- Ik snok.
- Snok!
- Snok je?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek