snok

mannelijk (de)

Wat is de betekenis van snok?

snok betekent: ruk

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ruk
  2. snik
  3. hik
werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snokken
  2. gebiedende wijs van snokken
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snokken

Voorbeelden van "snok" in een zin

  • Ik snok.
  • Snok!
  • Snok je?