snor
mannelijk/vrouwelijk (de)/snɔr/
Wat is de betekenis van snor?
snor betekent: beharing tussen neus en bovenlip
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- beharing tussen neus en bovenlip
- (zangvogels) vogel () die tot de rietzangers behoort en een snorrend geluid voortbrengt
- speelgoed dat een brommend geluid voortbrengt
- lichte dronkenschap
- (verkeer) wagen voor ongeregeld passagiersvervoer
Voorbeelden van "snor" in een zin
- Hij leek een permanente glimlach te hebben onder zijn borstelige snor en was hier in de wildernis duidelijk in zijn element.
- We zeiden niet veel, wat hadden twee negenjarigen kunnen zeggen? We zaten er met gebogen hoofd en dachten aan hem, zagen hem voor ons, vooral zijn blik en zijn snor.
Etymologie
*[2],[3],[4] (nomact) "snorren"
Vertalingen
Engelsmoustache, mustache, Savi's warbler
Fransmoustache, locustelle luscinioïde
DuitsSchnurrbart, Schnauzbart, Rohrschwirl
Spaansbigote, mostacho
Russischусы, соловьиный сверчок
Zweedsvassångare
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek