snowboarden

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg, sport (inerg) (sport) met een snowboard van een berghelling of piste afglijden
    Vandaag hebben we niet geskied maar gesnowboard.
  2. erga (erga) met een snowboard ergens heengaan
    We zijn eerst naar het andere dal gesnowboard maar later weer teruggekeerd naar de westelijke hellingen.

Etymologie

*Afgeleid van snowboard

Vertalingen

Engelssnowboard