soefi

mannelijk (de)/ˈsufi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. filosofie, religie (filosofie) (religie) aanhanger van het soefisme, oorspronkelijk herkenbaar aan wollen kleding (sūf (صوف) = ‘wol’) en een ascetische en meditatieve levenswijze

Etymologie

* Leenwoord uit het Arabisch, in de betekenis van ‘beoefenaar van de islamitische mystiek’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1886