soelaas
onzijdig (het)/suˈlas/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vertroosting, verbeteringDe ventilator bood nauwelijk soelaas voor de vreselijke hitte in de klas.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vertroosting’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek