soldaat
mannelijk (de)/sɔlˈdat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) (militair), krijgsman met de laagste rang binnen een strijdmachtTijdens de Eerste Wereldoorlog stierven er miljoenen soldaten in de loopgraven.De Slag om de Schelde was hierbij heel belangrijk. Soldaten uit Canada, Groot-Brittannië en Polen vochten vijf weken lang tegen soldaten uit Duitsland. Het was heel zwaar maar uiteindelijk wonnen ze. Dit werd afgelopen weekend herdacht in Terneuzen.
- (dierkunde) termiet of mier die vooral op roof uitgaat, of het nest verdedigtSoldaten zijn altijd vrouwtjes en dienen hun koningin.
Etymologie
*van het Middeleeuws Latijnse soldarius (iemand die soldij ontvangt), op haar beurt van Latijnse solidus (een Romeinse munt), een afgeleide van nummus solidus (stevige/solide munt), solidus stamt uiteindelijk van de Proto-Indo-Europese stam *sol- (heel) ()
Uitdrukkingen
- Onbekende Soldaat
- soldaat maken
Vertalingen
Engelssoldier, soldier
Franssoldat, soldat
DuitsSoldat
Spaanssoldado
Italiaanssoldato
Portugeessoldado
Chinees士兵, 軍人, 军人
Japans兵士, 軍人
Koreaans군인
Arabischجندي
Poolsżołnierz
Zweedssoldat
Deenssoldat
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek