soldaat

mannelijk (de)/sɔlˈdat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep, militair (beroep) (militair), krijgsman met de laagste rang binnen een strijdmacht
    Tijdens de Eerste Wereldoorlog stierven er miljoenen soldaten in de loopgraven.
    De Slag om de Schelde was hierbij heel belangrijk. Soldaten uit Canada, Groot-Brittannië en Polen vochten vijf weken lang tegen soldaten uit Duitsland. Het was heel zwaar maar uiteindelijk wonnen ze. Dit werd afgelopen weekend herdacht in Terneuzen.
  2. dierkunde (dierkunde) termiet of mier die vooral op roof uitgaat, of het nest verdedigt
    Soldaten zijn altijd vrouwtjes en dienen hun koningin.

Etymologie

*van het Middeleeuws Latijnse soldarius (iemand die soldij ontvangt), op haar beurt van Latijnse solidus (een Romeinse munt), een afgeleide van nummus solidus (stevige/solide munt), solidus stamt uiteindelijk van de Proto-Indo-Europese stam *sol- (heel) ()

Uitdrukkingen

  • Onbekende Soldaat
  • soldaat maken

Vertalingen

Engelssoldier, soldier
Franssoldat, soldat
DuitsSoldat
Spaanssoldado
Italiaanssoldato
Portugeessoldado
Chinees士兵, 軍人, 军人
Japans兵士, 軍人
Koreaans군인
Arabischجندي
Poolsżołnierz
Zweedssoldat
Deenssoldat