solecisme

onzijdig (het)/soleˈsɪsmə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalfout die men maakt door een gebrekkige kennis van de taal
    Nog iets: mogelijk zijn lezers niet aan reageren toegekomen uit boosheid over een afwijking die ik mezelf veroorloofde toen ik schreef over ‘mijn derde helft’. Er bestaan maar twee helften, zo lieten sommige inzenders mij weten, en zij voegden daar vaak een bitter beklag over mijn taalbeheersing aan toe. Nu geef ik graag toe dat die taalbeheersing veel beter kan, maar ik dank de andere lezers die mij een derde helft gunden, dan wel de bedoeling van dit solecisme doorzagen.
  2. grammaticale fout
    Als fout heet een dergelijke afwijking solecisme, naar de inwoners van het halfbarbaarse Soloi in Klein-Azië die zonder dat ze het konden helpen de verkeerde woordvolgorde gebruikten.

Etymologie

*van "solécisme"