solenoïde
vrouwelijk (de)/ˌsolenoˈwidə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (elektrotechniek) op een cilinder gewonden draadspoel waardoor een elektrische stroom kan lopen en die een bepaalde zelfinductie heeft
Etymologie
*afgeleid van het Griekse 'sōlèn' (kanaal, pijp)
Vertalingen
DuitsMagnetspule
Spaanssolenoide
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek