solisme

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het alleen, zonder overleg of ruggespraak dingen doen
    Wie heeft ooit bedacht dat een voorganger alle werkzaamheden even goed én in z’n eentje moet kunnen uitvoeren? Een vergelijkbaar voorstel is al eens afgewezen in de synode van de Protestantse Kerk. Te veel predikanten waren tegen. Hun principiële argumenten verhulden echter hun verlangen om solistisch bezig te zijn. Dat solisme breekt nou juist veel predikanten op in een kritische gemeente. Reformatorisch Dagblad Nico van der Voet 30-01-2016 [https://www.rd.nl/opinie/de-bruid-van-de-dominee-wordt-steeds-kritischer-1.524392 De bruid van de dominee wordt steeds kritischer]
    De regisseur kende Ford ook al van American Graffiti. „Ik zei: kom op Harrison, geef hem iets, hij is geïntimideerd. Toen wilde Harrison dieper ingaan op de paradox van Han Solo. Een weeskind: zijn bravoure verbergt enorme onzekerheid, zijn solisme is angst voor afwijzing, dacht Harrison. Solo wil controle maar heeft die nooit. Dus moet hij zich steeds uit problemen bluffen die hij zelf veroorzaakte. Chewbacca zijn scheepsmaat? Kom op. Die Wookie is 190 jaar oud, Han Solo een baby.” NRC Coen van Zwol 22 mei 2018 [https://www.nrc.nl/nieuws/2018/05/22/hoe-han-solo-in-noodweer-belandde-a1603749 Hoe ‘Han Solo’ in noodweer belandde]

Etymologie

* afleiding van solo