somber
ˈsɔmbər
Wat is de betekenis van somber?
somber betekent: in neergeslagen stemming
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- in neergeslagen stemming
- een neergeslagen stemming veroorzakend
- met weinig of geen zon
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van somberen
- gebiedende wijs van somberen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van somberen
Voorbeelden van "somber" in een zin
- Hij was in een sombere bui.
- Iedereen hield zijn adem in toen Christa's sombere ogen in de spiegel keken en iedereen ademde opgelucht uit toen er een vage maar gemeende glimlach op haar gezicht verscheen.
- Er kwam toen een sombere mededeling.
- De kleding van Thea's vader hangt somber aan een deur, en die van haar tante ook, in diepzwarte schakeringen.
- Wat een somber weer is het!
Etymologie
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bedrukt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1642
Vertalingen
afsomber
Duitstrübselig, deprimiert
Engelssomber, sombre, depressing, depressed
Franssombre
Italiaanstetro
Spaansnegro, melancólico, sombrío, pesimista
Zweedsdyster
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek