sonar
mannelijk (de)/ˈsonɑr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) techniek om de plaats van objecten onder water vast te stellen met behulp van teruggekaatst ultrasoon geluidDe uitschuring daar, die voorlopig volgens de vooraf gemaakte berekeningen verloopt, wordt eveneens met sonar en met dieptepeilingen in de gaten gehouden.Sonar, de duibootzoekinstallatie {{sic!|duikbootzoekinstallatie
- (scheepvaart) apparaat waarmee ultrasoon geluid wordt opgevangen om de plaats van objecten onder water vast te stellenIk was commandant van de Zeehond. De uitschuifbare sonar stak twee meter uit. We voeren te dicht bij de wal. Ik keek door de periscoop en voelde een lichte trilling: de sonar brak af.
- (biologie) wijze waarop dieren de plaats van objecten vaststellen met teruggekaatst ultrasoon geluidVooropgesteld dat potvissen hun sonar gebruiken tijdens het navigeren, wat wel wordt aangenomen maar nog niet is bewezen, is een andere mogelijke verklaring dat die sonar in ondiep water van slag raakt.
Etymologie
*van "sonar", in het Nederlands aangetroffen vanaf 1949 (zie laatste vindplaats betekenis 1. hieronder)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek