sonar

mannelijk (de)/ˈsonɑr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) techniek om de plaats van objecten onder water vast te stellen met behulp van teruggekaatst ultrasoon geluid
    De uitschuring daar, die voorlopig volgens de vooraf gemaakte berekeningen verloopt, wordt eveneens met sonar en met dieptepeilingen in de gaten gehouden.
    Sonar, de duibootzoekinstallatie {{sic!|duikbootzoekinstallatie
  2. scheepvaart (scheepvaart) apparaat waarmee ultrasoon geluid wordt opgevangen om de plaats van objecten onder water vast te stellen
    Ik was commandant van de Zeehond. De uitschuifbare sonar stak twee meter uit. We voeren te dicht bij de wal. Ik keek door de periscoop en voelde een lichte trilling: de sonar brak af.
  3. biologie (biologie) wijze waarop dieren de plaats van objecten vaststellen met teruggekaatst ultrasoon geluid
    Vooropgesteld dat potvissen hun sonar gebruiken tijdens het navigeren, wat wel wordt aangenomen maar nog niet is bewezen, is een andere mogelijke verklaring dat die sonar in ondiep water van slag raakt.

Etymologie

*van "sonar", in het Nederlands aangetroffen vanaf 1949 (zie laatste vindplaats betekenis 1. hieronder)