woorden
boek
Start
›
S
›
souffleur
souffleur
mannelijk (de)
/suˈflør/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
beroep, toneel
(beroep) (toneel) iemand die souffleert (gedeeltes van een rol voorzegt)
Etymologie
* van souffleren
Vertalingen
Engels
prompter
Verwante woorden
souffleer
souffleerde
souffleerden
souffleert
souffleetje
souffleetjes
souffleren
soufflerend
soufflerende
souffleurs
souffleurshok
souffleurshokje
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← soufflerende
souffleurs →