soundcheck
mannelijk (de)/ˈsɑuntʃɛk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- voor het begin van een optreden uitproberen of de geluidsinstallatie goed werkt (door de geluidsmensen en de optredenden)Als kort na begin van het interview een keiharde soundcheck losbarst, blijkt de onwennigheid op zijn nieuwe werkplek.
Etymologie
*van "soundcheck"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek