souspied

mannelijk (de)/suˈpje/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. band die de beide zijden van een broekspijp onder de voet door verbindt
  2. band onder de voet die slobkousen laag houdt

Etymologie

* uit het Frans

Vertalingen

Engelstrouser trap
Franssous-pied