soutache
mannelijk/vrouwelijk (de)/suˈtɑʃ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- opgestikte smalle gevlochten band ter versiering en versteviging
- (kleding) op uniformenHet onderscheidingsteken voor dienstjaren is voor elke 6 dienstjaren een rode chevron met witte soutache.
- (kleding) op dameskledingSoutache is een smal plat zijden of kunstzijden koord, per meter verkrijgbaar in allerlei mooie tinten. Met mate en smaak op een japon aangebracht geeft soutache een mooie afwerking.
- op andere voorwerpen van textielDit taschje knipt men van laken, twee lappen even groot als No. A. Aan den buitenkant werkt men van zijde of soutache een randje.
- dicht weefsel van linnen met motieven in reliëf
Etymologie
*via van "sujtás" "tres, galon"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek