sovchoz

vrouwelijk (de)/ˈsɔvxɔs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. staatslandbouwbedrijf uit de communistische periode

Etymologie

* Leenwoord uit het Russisch, in de betekenis van ‘staatslandbouwbedrijf’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1945

Vertalingen

Spaanssovjós