spaan

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spaander
  2. stukje metaal (of ander materiaal), verwijderd bij een verspanende bewerking
  3. huishouden (huishouden) houten gereedschap bestaande uit een blad met steel

Etymologie

* In de betekenis van ‘afgespleten hout’ voor het eerst aangetroffen in 1260

Vertalingen

Spaansespátula