spam

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informatica (informatica) ongewenste e-mail
    Via besmette laptops wordt bijvoorbeeld spam verspreid.

Etymologie

* Het Engelse woord was oorspronkelijk de merknaam van een bepaald soort ingeblikt , door de Britse komieken van gebruikt in een sketch om het toen actuele verbod op 'unsolicited advertising' (sluikreclame) op televisie aan de kaak te stellen. In de sketch zingt een groepje Vikingen uit volle borst: Spam spam spam spam. Lovely spam! Wonderful spam!, waardoor normale conversatie door de spam-zangers vrijwel onmogelijk gemaakt werd, net als in de huidige tijd bij ongevraagde e-mail. Gary P. Schneider, [https://books.google.nl/books?id=Kx9UDt0SMy4C&pg=PA68&dq=%22Spam+spam+spam+spam.+Lovely+spam!+Wonderful+spam!%22+etymology&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwjknLHP-ZTnAhVLblAKHXVVBsIQ6AEIQTACv=onepage&q=%22Spam%20spam%20spam%20spam.%20Lovely%20spam!%20Wonderful%20spam!%22%20etymology&f=false E-business], 2011, p. 68

Vertalingen

Engelsspam
Fransspam