spanbandje
/ˈspɑnbɑncə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek) kunststof reep met hoekige ribbels, die aan de ene kant in een punt toeloopt en aan de andere kant in een soort gesp, waar de punt maar in één richting doorheen kan worden getrokkenEr hing een zegel op de zak en niet op het spanbandje. Het kleven van het zegel op het spanbandje is nochtans de enige zekere oplossing voor een correcte betrouwbare verzegeling.
Etymologie
*afgeleid van "spanband"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek