spanning

vrouwelijk (de)/ˈspɑniŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. werktuigbouwkunde (werktuigbouwkunde) opgeslagen mechanische energie
    Er staat grote spanning op deze boog.
  2. psychologie, sociologie (psychologie), (sociologie) een toestand met veel emoties/irritaties tussen een aantal mensen
    The Rat Pack was de laatste weken namelijk erg gegroeid en er staken de nodige spanningen de kop op.
  3. een toestand van grote aandacht, meestal bij onzekerheid over de afloop van een gebeurtenis
    Tegen het eind van de wedstrijd was de spanning onder het publiek te snijden.
    Liever gaan we huilen, omdat dat een vertrouwdere manier voor ons is om spanning te ontladen.
  4. elektrotechniek (elektrotechniek) potentiële energie van elektrische aard, elektrische spanning
    Een over een thermokoppel aangelegd temperatuurverschil genereert een meetbaar spanninkje.
  5. natuurkunde (natuurkunde) druk die een gas, afhankelijk van de temperatuur, uitoefent (-> druk)

Etymologie

van spannen

Vertalingen

Engelstension, stress, tension
Spaanstensión, tensión, ansiedad