spanwijdte

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de afstand tussen twee uiteinden van iets in de breedte richting (met name de afstand tussen de uiteinden van de vleugels)
    Het gewei boven de bank! Natuurlijk, Nimrods mooiste trofee, die ik van de werkster absoluut niet mocht beroeren. Het gewei van een oneven vierentwintigender, weet ik nu. Het moet minstens tien kilo wegen en heeft meer dan een meter spanwijdte. {{Aut| Bok, Pauline de
    Die buizerd had landbouwgif of gif binnen gekregen. Het was een prachtig beest, met een enorme vleugelspanwijdte. Hij was altijd agressief als ik hem wilde voeren; gelukkig had ik tuinhandschoenen. Uiteindelijk is hij de vrijheid weer in gevlogen. {{Aut|Scholten, Jaap
    De pistes moeten – in tegenstelling tot eerdere berichtgevingen – niet verlengd worden voor de A380. Wel moet men nog een grote hoop grond met bomen naast de taxibaan verwijderen. De spanwijdte van de vleugels van Airbus’ grootste is 79 meter breed en 72 meter lang. Het toestel is zo enorm, dat de hoop grond gevaarlijk in de weg zou liggen. de Standaard 11/oktober/2017 door DIRK COOSEMANS EN JOOST FREYS
  2. de afstand tussen twee steunpunten bij een overspanning (zoals een brug of een vloer)
  3. het aantal mensen waaraan men direct leiding geeft

Vertalingen

Engelswingspan, lateral span
DuitsSpannweite