spectrum
onzijdig (het)/xxxx/
Wat is de betekenis van spectrum?
spectrum betekent: (natuurkunde) verzameling als functie van de frequentie gemeten waarden van een grootheid
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (natuurkunde) verzameling als functie van de frequentie gemeten waarden van een grootheid
- kleurenband
- reeks van verscheidenheden
Voorbeelden van "spectrum" in een zin
- Het Raman-spectrum vertoont pieken die met de trillingwijzen van het molecuul verband houden.
- De regenboog is een spectrum ontstaan door breking van zonlicht.
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘kleurenband, scala’ voor het eerst aangetroffen in 1858
Vertalingen
Engelsspectrum
Spaansespectro
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek