spekje

/ˈspɛkjə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. stukje spek zoals dat in de keuken gebruikt wordt om uit te bakken, in een stuk vlees te steken of aan een gerecht toe te voegen
    Deze salade bevat spekjes en kleine tomaatjes.
  2. stukje van een bepaald soort sponzig suikergoed

Etymologie

*afgeleid van "spek"

Vertalingen

Franslardon