sperperiode

vrouwelijk (de)/ˈspɛrperiˌjodə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (België) tijdvak waarbinnen een bepaald verbod geldt
  2. (België) de periode voorafgaand aan de koopjesperiode waarin er geen reclame voor prijsverlagingen gemaakt mag worden voor kleding, lederwaren en schoenen
  3. politiek (België) (politiek) de periode van drie maanden voorafgaand aan verkiezingen waarin er voor het bedrijven van politieke propaganda striktere regels gelden