sperperiode
vrouwelijk (de)/ˈspɛrperiˌjodə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (België) tijdvak waarbinnen een bepaald verbod geldt
- (België) de periode voorafgaand aan de koopjesperiode waarin er geen reclame voor prijsverlagingen gemaakt mag worden voor kleding, lederwaren en schoenen
- (België) (politiek) de periode van drie maanden voorafgaand aan verkiezingen waarin er voor het bedrijven van politieke propaganda striktere regels gelden
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek