spertijd
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (in België) de tijd dat iets gesloten, of niet te gebruiken isDe nieuwe spertijden voor de Brugse bruggen op het kanaal Gent-Oostende werden ingevoerd in november 2014. Sindsdien gaan de bruggen op werkdagen niet open van 7.30 uur tot 8.30 uur en van 16.30 uur tot 17.30 uur, en op woensdag bijkomend van 11.50 uur tot 12.30 uur. Voordien waren de bruggen tijdens de ochtend- en de avondspits slechts een halfuur het exclusieve terrein van het wegverkeer, met lange files en veel ergernis bij de weggebruikers tot gevolg.In de dagen na de invoering leken de aangepaste spertijden een gunstig effect te hebben op het verkeer, en een eerste grondige evaluatie heeft dat nu bevestigd. de Standaard 07 JUNI 2016 Koen Theuns
- (geschiedenis) (militair) avondklok, (Tweede Wereldoorlog) een tijd dat iets verboden is, de uren waarin de bevolking ('s nachts) niet op straat mag zijnOp 1 november werd de spertijd ingevoerd. Tussen middernacht en vier uur 's ochtends mocht niemand buiten zijn. Uit woningen mocht geen licht stralen en etalages moesten donker blijven. {{Aut|Boumans, ToniMijn Zeep stond in de koelkast, zei hij en hij beloofde de volgende ochtend kort na spertijd terug te zijn. {{Aut|Mitchell, DavidMijn vader kocht via via een big. Na spertijd gingen we dat beest halen in het donkere bos. Omdat de verkoper allerlei omwegen maakte, stonden we lang te wachten. Het dier ging in de zak op de rug van pa mee naar huis." Tubantia 04-mei-2017
Etymologie
* Leenvertaling van Duits "Sperrzeit".
Vertalingen
Engelscut-off time, curfew
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek