spies
mannelijk/vrouwelijk (de)/spis/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- stokje of staafje om door vlees of ander voedsel te steken, zodat het door ronddraaien van alle kanten kan worden geroosterd
- (militair) lichte lans
Etymologie
* van "Spieß", in de betekenis van ‘lange speer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1485
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek