spijkerjas

mannelijk (de)/ˈspɛikərˌjɑs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) bovenkleding van denim die zowel de romp als de armen bedekt
    Vrolijk komt hij binnen in zijn lichtblauwe spijkerjas met zwarte bomberjack.
    De presentatoren zijn informeler, niet in pak maar gewoon in trui of spijkerjasje.

Etymologie

*, naar het voorbeeld van spijkerbroek, verwijzend naar de klinknagels waarmee de naden traditioneel werden versterkt