spijs
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van spijs?
spijs betekent: (voeding) bereid voedsel; maaltijd
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) bereid voedsel; maaltijd
- (voeding) min of meer vloeibaar of kneedbaar mengsel, dat gebruikt wordt voor de bereiding van bepaalde producten
- door baggeren of uitgraven verkregen grond
Voorbeelden van "spijs" in een zin
- De spijzen werden opgediend.
- Paasbrood gevuld met spijs.
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘voedsel’ voor het eerst aangetroffen in 1236
Vertalingen
DuitsSpeise
Spaansmanjar, plato
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek