spinnaker
mannelijk (de)/ˈspɪnəkər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) een groot bol en van brede banen dundoek gemaakt voorzeil dat gevoerd wordt voor de voorstag op een spinnakerboom en wordt ingezet bij 'voor de wind'-varen
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘een bijzeil’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1946
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek