spion

mannelijk (de)/spiˈjɔn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) persoon die vertrouwelijke informatie vergaart in een ander land in opdracht van zijn/haar regering
  2. iets dat vertrouwelijke informatie vergaart in opdracht van overheden en bedrijven
    Je smartphone en computer zijn al oneindig veel betere persoonlijke spionnen dan waarvan de Stasi ooit had durven dromen NRC Maarten Schinkel 6 september 2017

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verspieder’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1653

Vertalingen

Engelsspy
Fransespion
DuitsSpion
Spaansespía
Russischшпион