splijten

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) langs een nerf in tweeën breken
    We hebben eerst dit stuk hout gespleten.
  2. erga (erga) het proces van het in twee delen breken langs een nerf
    Dit hout splijt gemakkelijk.

Etymologie

*<Middelnederlands: spliten, vgl. : splizen, splīta, < *spleid «splinter, spaan», vgl : sliss

Vertalingen

Engelssplit
Duitsspalten
Spaansdividir, partir, cachar