spoedcursus

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. korte, intensieve cursus waarin men heel snel iets leert
    Op zoek naar een huis in Amsterdam wonen we eerst een paar maanden in Leidschendam. Pappa volgt een spoedcursus snellezen en is ook 's avonds vaak weg. Ik mis hem, maar dat snellezen intrigeert me; aan het ontbijt moet hij me vertellen wat hij nou precies geleerd heeft (waarschijnlijk verzint hij er van alles bij). {{Aut|Spoor, Hendricke
    In de vroege jaren zeventig begon ik regelmatig Tsjechoslowakije te bezoeken. Ik ging elk voorjaar naar Praag en volgde daar een kleine spoedcursus in politieke repressie. Ik had alleen maar directe ervaring met repressie in iets goedaardiger en bedekter vormen — als psychoseksuele verplichting of sociale beperking. {{Aut|Zwagerman, Joost
    De ploeg leerde elkaar woensdag kennen, vooral bij een etentje 's avonds in het Catshuis. Er was een voorstelronde. Ambtenaren gaven een spoedcursus bewindspersoon-zijn. Wat doe je met de pers? Hoe werkt een ministerraad? Er waren zelfs videoboodschappen van oud-bewindslieden. En n van de vrouw van de net afgezwaaide minister Stef Blok. Die waarschuwde nogal nadrukkelijk voor de lange werkweken. Tubantia Tobias den Hartog 27-oktober-2017

Vertalingen

Engelscrash course, intensive course