spoetnik

mannelijk (de)/ˈsputnɪk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ruimtevaart (ruimtevaart) Een kunstmaan van Russische makelij uit de jaren 1957-'60
    Het lanceren van de spoetnik baarde groot opzien.
  2. drankje met suiker, koffiemelk en priklimonade dat aangevuld kan worden met wodka
  3. een in plakken gesneden gehaktbal aan een houten stokje met daartussen een aantal uienringen

Etymologie

* uit het Russisch спутник « metgezel, reisgenoot »

Vertalingen

Engelssputnik
Russischспутник