spoken

/ˈspokə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) rondwaren, dolen als een spook
    Er werd de hele nacht gespookt en lol getrapt.
  2. intr, onpr (intr), (onpr) door spoken bezocht worden
    Het lijkt wel of het hier spookt!
  3. intr, onpr, meteorologie (intr), (onpr), (meteorologie) stormen of onweren

Vertalingen

Engelshaunt