spook

onzijdig (het)/spok/

Wat is de betekenis van spook?

spook betekent: (mythologie) een veronderstelde geestverschijning die een bepaald gebouw of andere locatie onveilig maakt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. mythologie (mythologie) een veronderstelde geestverschijning die een bepaald gebouw of andere locatie onveilig maakt
  2. figuurlijk, pejoratief (figuurlijk), (pejoratief) een vervelend persoon
  3. figuurlijk (figuurlijk) doembeeld, schrikbeeld

Voorbeelden van "spook" in een zin

  • In dit kasteel is regelmatig een spook waar te nemen.
  • Wat een verwend spook is dat!
  • Het spook van een recessie.

Betekenis en uitleg van spook

Een spook is een geest of een verschijning van iemand die is overleden. Vaak wordt het afgebeeld als een doorzichtig figuur dat zich op mysterieuze wijze manifesteert, vooral in donkere of enge omgevingen.

Het woord 'spook' wordt vaak gebruikt in verhalen en films die elementen van horror of het bovennatuurlijke bevatten. Mensen gebruiken het ook in figuurlijke zin, bijvoorbeeld om iets of iemand te beschrijven dat of die angst of ongemak opwekt. Spookverhalen zijn populair tijdens Halloween of op andere momenten wanneer mensen graag griezelige ervaringen delen.

Voorbeelden

  • De kinderen gilden van schrik toen ze het spook in de oude, verlaten villa zagen.
  • Tijdens het kampvuur vertelde hij een spannend verhaal over het spook van een lang vervlogen tijd.
  • Sommige mensen geloven dat spookachtige verschijningen een teken zijn dat er onopgeloste zaken zijn uit het verleden.

Woordoorsprong

Het woord 'spook' komt van het Middelnederlandse 'spok', dat een geest of schim aanduidt. Het is verwant aan het Duitse 'Spuk', wat ook verwijst naar geestverschijningen.

Veelgestelde vragen over spook

Wat is de betekenis van spook?

spook betekent: (mythologie) een veronderstelde geestverschijning die een bepaald gebouw of andere locatie onveilig maakt

Hoeveel betekenissen heeft spook?

spook heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft spook?

spook is een onzijdig (het).

Hoe gebruik je spook in een zin?

Voorbeeld: “In dit kasteel is regelmatig een spook waar te nemen.

Etymologie

*van Middelnederlands "spoke", in de betekenis van ‘bovennatuurlijke verschijning’ aangetroffen vanaf 1477

Vertalingen

Engelsghost
DuitsGespenst
Spaansfantasma
Italiaansfantasma, spettro
Russischпривидение
Zweedsspöke, vålnad