spook
onzijdig (het)/spok/
Wat is de betekenis van spook?
spook betekent: (mythologie) een veronderstelde geestverschijning die een bepaald gebouw of andere locatie onveilig maakt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (mythologie) een veronderstelde geestverschijning die een bepaald gebouw of andere locatie onveilig maakt
- (figuurlijk), (pejoratief) een vervelend persoon
- (figuurlijk) doembeeld, schrikbeeld
Voorbeelden van "spook" in een zin
- In dit kasteel is regelmatig een spook waar te nemen.
- Wat een verwend spook is dat!
- Het spook van een recessie.
Etymologie
*van Middelnederlands "spoke", in de betekenis van ‘bovennatuurlijke verschijning’ aangetroffen vanaf 1477
Vertalingen
Engelsghost
DuitsGespenst
Spaansfantasma
Italiaansfantasma, spettro
Russischпривидение
Zweedsspöke, vålnad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek