sportbestuurder

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon die leiding geeft aan een sportclub of sportorganisatie
    Toen de Nederlandse voetbalclub Sparta in 1895 een Brits vrouwenvoetbalteam uitnodigde om een potje te komen voetballen, protesteerde hij samen met andere sportbestuurders hevig.
    Coureurs uit die jaren krijgen volgens hem onterecht de zwarte piet toegespeeld van journalisten en sportbestuurders, terwijl de leiding van de ploeg buiten schot blijft.