sportcultuur
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de manier van doen zoals die gebruikelijk is in de sportWaar sport oorspronkelijk met vechttechnieken samenhing, in lijn met Aristoteles' theorie van purificatie (catharsis) en de lichaamsideologie van het hellenisme, werd onder invloed van Groot-Brittannië in de negentiende eeuw de sportcultuur verfijnd, tot en met elitesporten als polo en de roeiwedstrijden tussen de universiteiten van Cambridge en Oxford.De natuur, de relaxte mensen, de uitgestrektheid van het land, het klimaat, de sportcultuur, de veelal rauwe muziek van het allang opgedoekte Midnight Oil en veel andere rockbands, allemaal factoren die er voor mij toe doen.
- samenleving waarin sport van groot belang is
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek