sportfanaat

mannelijk (de)/ˈspɔrtfɑˌnat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die heel veel doet aan lichaamsbeweging
    Hun bestemming is Arnemuiden. Van daaruit zullen ze op de meegenomen racefietsen teruggaan naar Delft – Freedman is behalve een briljant wiskundige ook een rusteloze sportfanaat.
  2. iemand die met grote aandacht en betrokkenheid sportwedstrijden volgt
    Sinds badminton in 1992 een olympische sport werd, heeft Indonesië altijd een gouden medaille behaald. Sportfanaten zien graag dat die gouden traditie wordt voortgezet.