sporthal

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈspɔrthɑl/

Wat is de betekenis van sporthal?

sporthal betekent: Zeer grote verdekte sportaccommodatie bijvoorbeeld voor tennis.

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. Zeer grote verdekte sportaccommodatie bijvoorbeeld voor tennis.

Voorbeelden van "sporthal" in een zin

  • In Nederland waren er in 2000 ongeveer 2210 overdekte accommodaties. Daarvan waren er 500 sportzalen en 900 sporthallen.

Veelgestelde vragen over sporthal

Wat is de betekenis van sporthal?

sporthal betekent: Zeer grote verdekte sportaccommodatie bijvoorbeeld voor tennis.

Welk woordgeslacht heeft sporthal?

sporthal is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je sporthal in een zin?

Voorbeeld: “In Nederland waren er in 2000 ongeveer 2210 overdekte accommodaties. Daarvan waren er 500 sportzalen en 900 sporthallen.