Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
sportisering
vrouwelijk (de)/ˌspɔrtiˈzerɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sociologie) (sport) ontwikkeling waarbij wedstrijden als traditioneel volksvermaak veranderen in georganiseerde vrijetijdsbestedingDe socioloog Norbert Elias zag hierin een weerspiegeling van een breed maatschappelijk 'beschavingsoffensief' dat zich ook op andere gebieden uitte en zo de ontwikkeling van sport (sportisering) bevorderde.Tijdens deze sportisering werd het kader van regels strikter, preciezer, explicieter en gedifferentieerder en het toezicht op het naleven van deze regels efficiënter.Door sportisering kwamen er meer regels bij de wedstrijden.
Etymologie
*; afgeleid van "sport" als leenvertaling van "sportization", als begrip in 1971 ingevoerd door de Duits-Britse 20e-eeuwse socioloog
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek