Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
sportmakker
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vriend waarmee men samen een sport beoefentMulier Den Haag, 3 mei 1935 Hoe had Pim Mulier het gevonden als Jikke en Janna aan de wedstrijd hadden meegedaan? Het was overduidelijk dat hij - net als wedstrijdrijder Hermans - de prestaties van Janna zeer bewonderde, hij noemde haar zelfs zijn 'beste sportmakker.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek