sporttak

mannelijk (de)/ˈspɔrtɑk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. deel van een organisatie dat zich richt op vrijetijdsbesteding in de vorm van lichaamsbeweging
    Porsche is de sporttak van het Volkswagenconcern.
    Fiamma is de sporttak van de neofascistische partij.
  2. sport (sport) sport of groep van aan elkaar verwante sporten, gezien als deel van het geheel van sporten
    Atletiek is de grootste olympische sporttak zowel qua aantal sporters als qua aantal sportonderdelen.
    Het wielrennen, de populairste sporttak in Vlaanderen, floreert zoals nooit tevoren.