Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

sporttoerisme

onzijdig (het)/ˈspɔrtuˌrɪsmə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. reizen gemaakt om een sport te beoefenen of om bepaalde sportverrichtingen bij te wonen
    De noordelijke provincies profiteren momenteel vooral van het zogenaamde Scandinavische sporttoerisme: Zweedse sportclubs trainen in Noord-Nederland als hun eigen velden nog bevroren zijn.
    Bij kunst staat het product centraal, bij sport de consumptie." Over een mogelijke verdwazing van het supporterdom en het sporttoerisme wenst Beckers zich geen zorgen te maken.
  2. verouderd (verouderd) tijdverdrijf bestaand uit het maken van plezierritjes met een fiets of een motorvoertuig
    De allernieuwste editie van de heel kleine Engelse wagen, de Frisky Sprint. Hoewel op het oog als wedstrijdwagen gebouwd, is zij {{sic!|hij