sportuitrusting

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) speciale kleiding die men draagt tijdens het sporten
  2. sport (sport) attributen die men nodig heeft bij het beoefenen van een bepaalde sport
    Zoals dit boek aantoont, zien we regels, stadions (of afgebakende ruimtes voor sportbeoefening), specifieke sportuitrustingen, toeschouwerscultuur en sport als professie al terug in de vroegmoderne tijd en daarvoor.