sportvissen
/ˈspɔrtfɪsə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) vangen van vis als hobbyZij gingen tijdens hun vakantie graag sportvissen in de snelstromende rivier.
Etymologie
*[zelfstandig naamwoord] sportvis met de uitgang -en
Vertalingen
Spaanspesca deportiva
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek